Begin juli, het einde van een ochtend in het zonnige en pittoreske Naarden. Ooit de woonplaats van wijsgeer Comenius, tegenwoordig het domicilie van CompetentCity-dagvoorzitter Tom van ‘t Hek. Een gentleman met een mening die prikkelt, schuurt en soms pijn doet. Een gesprek over managers in het onderwijs, de sleutel tot resultaat en het imago van het onderwijs.
In oktober is Van ‘t Hek voor de derde keer op rij dagvoorzitter van CompetentCity. Een evenement dat Van ‘t Hek omschrijft als ‘massaal’. Een begrip met een negatieve connotatie. ‘Maar zo bedoel ik dat niet’, haast hij zich te zeggen. ‘Binnen die massaliteit is CompetentCity namelijk weer heel intiem. Dat klinkt raar, maar zo is het wel.’
Wat hem de afgelopen jaren nog meer is opgevallen aan CompetentCity? ‘Onderwijsmensen zijn heel volgzaam: ze komen keurig op tijd en zijn in discussies zeer genuanceerd. Ze zijn enorm toegewijd en dat is ook hun grote kracht. Het onderwijs als geheel zou van mij echter wel iets meer flair en eigenwijsheid mogen hebben. Onderwijsmensen zijn zeker kritisch, maar vinden het lastig om dat ook openlijk te uiten: er is veel verborgen kritiek. En ja, dan laat je je soms dus ook het kaas van je brood eten.’ Ook Van ‘t Hek nuanceert: ‘Let wel: ik mopper niet op het onderwijs. Ik vind het een prachtige sector. Maar van mij mogen onderwijsprofessionals wel iets trotser of eigenwijzer zijn.’ (More …)
De ‘grenzeloze generatie’ van jongeren tussen de 15 en 23 jaar leeft intens, gefascineerd door uiterlijk, kicks, status en netwerken. Een van de conclusies die te lezen is in het boek De grenzeloze generatie. In gesprek met co-auteur en Motivaction-oprichter Frits Spangenberg (‘geen onderwijsdeskundige!’) over straatcultuur, buitenstaanders en het trekken van één lijn.
Wat is er aan de hand met de grenzeloze generatie?
‘Dat jongeren grenzen willen overschrijden. Dat de ouderen mopperen. En dat corrigeren van alle tijden is. De context is echter veranderd: media en internet zijn een belangrijke rol gaan spelen, alcohol en drugs zijn voor jongeren veel gemakkelijker verkrijgbaar. Door die contextveranderingen moet je soms met nieuwe acties komen om zaken niet uit de hand te laten lopen.’
Uit uw onderzoek blijkt dat er een tweedeling binnen de grenzeloze generatie bestaat. 42 procent is zelfredzaam, ondernemend en onafhankelijk, 41 procent echter heeft moeite met de complexiteit van de samenleving. Deze laatste groep is op het mbo te vinden en door het gebrek aan structuur kwetsbaar voor schooluitval. Wat kunnen we doen om deze kwetsbare groep te helpen?
‘De politiek-bestuurlijke elite die verantwoordelijk is voor het mbo heeft weinig aansluiting en zicht op de kwetsbare groep “buitenstaanders”. Ze is te idealistisch. Natuurlijk, als je jouw competenties hebt ontdekt, is competentiegericht leren een zegen. Wordt je leven echter gedomineerd door schulden, huiselijk geweld, de wetten van de straatcultuur (geweld, seks en geld) en overmatig alcohol- en drugsgebruik, dan heb je op school goede voorbeelden en structuur nodig. De meeste scholen laten hier belangrijke steken vallen.’
Wat betekent dit concreet voor de mbo’s?
‘Scholen moeten veel duidelijker maken waar zij voor staan. Zij moeten bij wangedrag ingrijpen om het leerproces voor de overige leerlingen goed te laten verlopen. Het hele docentencorps moet één lijn aanhouden; dat komt nu bijna niet voor. De meeste docenten geloven in autonomie en hebben een ingeboren hekel aan groepsdwang of autoriteit. En daar is de groep kwetsbare leerlingen niet bij gebaat. De leraar is steeds meer verworden tot een “waarnemer van het proces”, terwijl we het er met zijn allen over eens zijn dat de kern van het debat over onderwijzen moet gaan.’
Wat is de rol van de overheid in de verhardende maatschappij?
‘De overheid is kampioen verkokerd denken. Het is bijna hilarisch te zien hoe beleidsambtenaren en rijksinkopers specifieke domeinonderzoekjes aanbesteden bij de voordeligste aanbieder. Niemand is verantwoordelijk voor het grotere verband! Dat scholen geen contact op mogen nemen met de ouders als de leerling boven de 18 is, is bijvoorbeeld een stupiditeit in onze regelgeving. Ingegeven door naïeve, wereldvreemde bureaucraten die zich nooit hebben verdiept in het leven van een buitenstaandersgezin. Hierdoor neemt de groep boze, verontwaardigde burgers toe. Dat is mede oorzaak van de zich verhardende samenleving.’
Een laatste tip?
‘Ik geloof in maakbaarheid. We moeten dus vooruitdenken! Iedere trend buigt wel weer eens om, maar blijf je er op wachten of denk je aan scenario’s om de ombuiging te bespoedigen.’
Acht oplossingen
1. Herneem de autoriteit, de regie en het gezag
2. Reduceer de regels
3. Maak regels overzichtelijk
4. Blijf nadenken waar het werkelijk om gaat: ONDERWIJS!
5. Investeer in de menselijke maat en de ontwikkeling van identiteiten
6. Maak een einde aan de vrijblijvendheid
7. Burgerschap moet je leren, thuis, op school, op straat en op de werkvloer
8. Beleid dat niet effectief is, moet je herzien of afschaffen
Frits Spangenberg is oprichter van onderzoeksbureau Motivaction en samen met Martijn Lampert schrijver van het boek De Grenzeloze Generatie. Spangenberg is een socioloog die ‘bekijkt hoe Nederland zich in nationaal en internationaal perspectief ontwikkelt en in wat voor land wij in 2020 en daarna willen wonen, werken en spelen.’
Passie. De bron van succes. En misschien wel de voorbode van creativiteit. Maar dan moet je wel weten wat jouw passie is. Hoe kom je daarachter? En wat doe je er vervolgens mee? In gesprek met Erik Kessels, directeur van het eigenzinnige reclamebureau KesselsKramer.
‘Ik weet niet of iedereen wel een passie heeft.’ Erik Kessels leunt achterover en kijkt om zich heen. ‘Sommige mensen vissen heel graag. Is dat dan hun passie? Of alleen een liefhebberij? Je hebt een passie wanneer je je meer dan normaal op één ding focust, en daar gelukkig van wordt.’ Wat passie nu precies inhoudt? Kessels weet het niet.
Vlammetje
Wat Erik Kessels wel weet is dat passie iets is dat je ontwikkelt. ‘Het is een klein vlammetje dat moet ontbranden.’ Zo had Kessels van jongs af aan een passie voor tekenen. ‘Die passie is in de loop van de jaren gegroeid. Heel geleidelijk. Ik heb het gewoon gevolgd. Ik zie het als toeval en geluk dat het zo gegaan is.’
Joepie!
Passies moet je volgens Kessels niet te veel duiden. Het moet iets zijn waar je vanzelf mee doorgaat. ‘Je moet het gewoon volgen. Roep niet: “Joepie ik heb een passie”. Wat je nastreeft, daar hoef je het niet zozeer over te hebben. Laat anderen het maar voor je benoemen.’
Op zoek
Je kan niet op zoek gaan naar een passie. Tenminste, dat vindt Kessels. ‘Waar moet je beginnen? Een passie heb je, of heb je niet.’ Er moet dus altijd iets van een latente passie aanwezig zijn, wil je die kunnen ontwikkelen. En daarbij moet je ook veel dingen fout gedaan hebben om erachter te komen wat je echt wil. Kessels: ‘Je moet erachter komen wat je niet wil, om te achterhalen wat je wel wil.’
Malcolm Gladwell vertelt het verhaal van Howard Moskowitz, de man die ervoor zorgde dat er in de winkel zoveel verschillende soorten spaghettisaus (en andere producten) te vinden zijn. En waarom worden wij daar eigenlijk zo blij van? Wat een heerlijke vent om naar te kijken.
In de Vrij Nederland van deze week: een antwoord van de Mensendokter (aka Arnon Grunberg) op een van mijn vele levensvragen… Klik hier of hier om het artikel te lezen.